Boot scootin’ boogie

Na onze eerste nacht, genoten we in het hotel van het inclusief ontbijt. En dat was best goed voor Amerikaanse normen: eitjes, wentelteefjes, havermout, toast, bagels, yoghurt, … Alles was voorzien om de dag goed te starten. Al heb je natuurlijk altijd moeilijke klanten die een plakje kaas missen…

Na een spelletje tetris met de koffers in de huurwagen, vertrokken we voor een autorit van ongeveer één uur naar de hoofdstad van de Verenigde Staten: Washington DC (District of Columbia). Ik had op voorhand al betaald voor een plekje: voor amper 27 dollar konden we 15 uur parkeren onder het Ronald Reagan Building, op slechts enkele meters wandelen van het witte huis. Toen we de parking kwamen opgereden, werd onze auto aan een grondige inspectie onderworpen en werd er controle gedaan op wapens en explosies. Wat moet die man toch gedacht hebben toen hij onze buit (lees: koffers) verstopt zag liggen onder een zwart hoeslaken…

We hadden ongeveer 6 uur voorzien om de belangrijkste bezienswaardigheden te bekijken. Wanda, Vanessa en ik brachten in 2015 immers al een week door in DC. We vertrokken aan het Witte Huis en wandelden zo langs de reflecting pool richting het Lincoln Memorial. Daar waren jammer genoeg constructiewerken aan de gang voor het 250 jarig bestaan van de USA in 2026. Er werd mooi geposeerd voor de camera en voor sommigen werd het letterlijk een handje vol lachen, gieren en brullen. Via het Korean War Veterans Memorial kwamen we terecht bij de stallen van de US Park Police, waarbij ook een Belgisch paard tussen pronkte.

Nadien slenterden we verder richting het Tidal Basin, waar we naast het Martin Luther King en Franklin D. Roosevelt Memorial ook onze steward van Brussels Airlines tegenkwamen.

Enkele maagjes begonnen een beetje te grommen en we besloten op zoek te gaan naar eten. We kwamen terecht bij een hele rij foodtrucks vlak voor The Mall. Dit is het stuk tussen de US Capitol en het Wasington Monument. De keuzestress kwam opnieuw naar boven en net toen we iets beslist hadden, besloot de politie om roet in het eten te gooien… Alle foodtrucks moesten meteen wegrijden. Er waren zelfs mensen die al besteld en betaald hadden, maar de wagens moesten vertrekken. Maar geen paniek: de verkopers staken al rijdend hun hoofden uit de ramen en riepen “we will be right back”. En na een rondje kat en muis stonden ze terug op hun plekje. Wij besloten dan maar één van de gratis musea binnen te stappen: het National Museum of American History. Na een kijkje naar de Star Spangled Banner en een kleine lunch in de cafetaria wandelden we nog even richting het capitool en dan was het tijd om terug richting de auto te wandelen.

Het verkeer zat echter niet mee tijdens onze uittocht van de stad. Wat normaal een rit van anderhalfuur zou moeten zijn, werd er uiteindelijk één van twee uur. Na aankomst in het hotel in Culpeper, fristen we ons snel op en reden we richting Sperryville waar we hadden afgesproken met onze Amerikaanse vrienden Maria & Woody (het koppel dat we in 2017 leerden kennen tijdens de cruise met Royal Caribbean). Het was een superfijn weerzien in een typisch Amerikaans plattelands restaurant: The Black Twig. Geen toeristen hier, enkel locals. Naast het goede eten én het fijne gezelschap was er ook een initiatie line dancing. “Heel toe dosey doe, come on baby let’s go boot scootin’.”

De terugrit naar het hotel was best wel spannend te noemen. Verlichting kennen ze hier niet en dus was het opletten geblazen: niet enkel voor de weg en de bochten, maar ook voor overstekende herten… Maar het wegdek, dat was wel in uitstekende staat! Na een halfuurtje kwamen we veilig aan in het hotel en zochten we onze bedjes op voor een welgekomen nachtrust.

Groetjes!
Daffie

Eén reactie

  1. Hallo iedereen, ik ben een vriendin van Vivianne. Het zie er prachtig uit daar. Ik kan me het zo voorstellen dat er veel gelachen wordt. Veel plezier en tot volgende foto’s en uitleg. Groetjes Marianne

    Like

Plaats een reactie