Amai, belachelijk vroeg moesten we deze ochtend uit de veren om richting Zaventem te vertrekken. Om 04.00 uur stonden taxi’s Leo en Jef paraat om ons naar Brussel te brengen. We moesten enkel de bagage droppen, want inchecken hadden we de dag voordien al gedaan. De veiligheidscontrole ging verbazingwekkend vlot. De eerste vlucht naar Frankfurt liep een kleine vertraging op vanwege een “retard” van de kuisploeg, maar dat gaf absoluut geen probleem voor de aansluitende vlucht naar Seattle. We vlogen maar liefst 9 uur en 30 minuten en dat opeengestapeld als “sardinnekes in een blik”. Nog nooit hadden we zo weinig beenruimte. De vlucht op zich verliep wel heel vlot en net voor 12.00 uur plaatselijke landde onze ijzeren vogel in Seattle.


Anders dan we gewoon zijn, moesten we nu eerst onze bagage van de band halen en dan pas naar de grenscontrole. Primeur: we maakten gebruik van de MPC-app (Mobile Passport Control) om sneller door de controle te geraken. Op voorhand even paspoorten koppelen, vragenlijstje invullen, selfieke nemen (kunnen we) en nog wat vragen beantwoorden aan de agent. Hij wenste ons veel plezier op onze cruise en zei dat we onze zwemvesten niet mochten vergeten omdat we toekwamen op het moment dat er Tsunami-alarm was voor Alaska en de Westkust van Amerika. We hebben er in elk geval weinig van gemerkt. Voorlopig blijven onze zwembandjes dus even opgeborgen ;-).



Ahmed de Uber-chauffeur zette ons op een halfuurtje af aan het hotel ‘Hilton Garden Inn Downtown’. Mooie verzorgde auto (heimwee naar onze Chrysler Voyager van vorig jaar), rustige én vriendelijke chauffeur! Vijf sterren voor Ahmed.

Na een snelle opfrisbeurt in het hotel, wandelden we richting de Public Market ook beter bekend als ‘Pike Place’. Hier vind je onder andere de eerste Starbucks, veel vishandelaars, bloemen en heel veel winkeltjes met de nodige prularia… Zelf ons bomma’ke zou met haar vitrinekast hier een winkeltje kunnen openen! Op zoek naar een verfrissende cola, kwamen we toevallig uit in een antiekwinkeltje. Toen ik stond aan te schuiven aan de kassa om mijn drankje te betalen, zag ik in de toonbank iets schitteren in de vorm van een “bunny”. Het ‘Playboy-magazine’ van oktober 1978 met op de cover… Jawel: Country Queen Dolly Parton! Twijfelen deed ik niet en op die manier was ik al snel 100 dollar armer, maar een collectie Dolly rijker! En uiteraard koop ik (net zoals alle mannen in het universum) het magazine voor het artikel.

















Na een korte rustpauze in de schaduw, want het was hot in Seattle, trokken we richting “The Crab Pot” voor een bucket of seafood. We kozen voor “The Alaskan: verschillende soorten krab, scampi, mosseltjes, venusschelpjes, worst, maïs en aardappelen. Onze ober stelde ons voor om drie porties te bestellen (en daar had hij gelijk in). Alles werd vlot op de tafel gesmeten en dan was het aan ons om met de hamer aan de slag te gaan. Onze bavetjes werden vakkundig vastgeknoopt door onze charmante ober en er werd een tactiek afgesproken om alles naar binnen te werken: actieplan de “3G’s”. Er werd gretig Geklopt, Getrokken en Gezogen waardoor sommige mosselen zich spontaan begonnen terug te trekken in hun schelp. Uiteindelijk hebben we ons toch moeten overgeven (niet letterlijk natuurlijk) aan de massa en besloten we om keuzes te maken. Patatjes en worst lieten we hierdoor links liggen, krabvlees was duidelijk het doel!














Met een volle maag trokken we terug naar het hotel om nog te genieten van een laatste drankje.
Groetjes!
Daffie
