Layee odl, layee odl layee-oo

Deze ochtend vielen we terug in onze oude reisgewoonte: vroeg opstaan! Om 06.00 uur liep het wekkertje af en om 07.00 uur stonden we al paraat om te vertrekken aan het hotel. Na een korte wandeling van ongeveer 10 minuten kwamen we aan bij het “1 Seattle Hotel”. Niet om te switchen van hotel (want dit is een luxueus 5-sterren hotel en “dat kan onzen bruine ni trekken”), maar wel om te wachten op het tourbusje dat ons komt oppikken om naar “Mount Rainier National Park” te gaan.

Enkele maanden geleden boekten we via “Viator” een daguitstap naar dit Nationaal Park, het vierde nationaal park van de US, opgericht in 1899. Het park staat bekend voor zijn vele alpenweides en voor de 4 390 m hoge vulkaan “Mount Rainier”. De “Native Americans” (indianen) noemde deze vulkaan “Tacoma”. Het gaat hier bovendien om een actieve vulkaan en de verwachting is dat deze in de toekomst kan uitbarsten, maar wanneer dit exact zou gebeuren, kunnen ze nog niet voorspellen. Wat wel zeker is, is dat dit een ramp zou betekenen voor het landschap rondom en uiteraard voor de mensen die aan de rand van het park wonen. De laatste keer dat de vulkaan uitbarstte was in 1894.

De ganse dag werden we bedolven (niet door lava en as van de vulkaan), maar wel door informatie van onze gids/chauffeur Lucas. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat gaf hij ons de nodige weetjes over het park, de vulkanen én over geologie. Het was duidelijk dat het park geen geheimen heeft voor Lucas. 

Voor we het park binnenreden, maakten we nog twee stops. De eerste stop was aan een “Fred Meyer” (supermarkt), waar we lunch konden kopen voor in het park. We kozen voor de “Patriot”, een rijkelijk belegd broodje met bacon, kalkoen en kaas. Daar kunnen ze bij ons nog iets van leren… De andere stop was “Wapiti outdoors” net voor het park. Hier konden we een bezoekje brengen aan de “Honey Bucket”, bij ons in België beter bekend als de “Dixie-wc’kes”. Nog even een selfie aan de ingangspoort en “off we go”.`

Eerste halte in het park: “Tipsoo Lake”. Dit meer ligt op 1 615 m hoogte en staat bekend om de vele bloemen die zich rondom bevinden zoals de “Huckleberry”, “Lupine”, “Indian Paintbrush” en “Partridgefoot”. 

Hierna wandelden we 2,25 km naar “Silver Falls”. Waar we een knap zicht hadden op de “Ohanapecosh rivier” die op het einde maar liefst 12 m naar beneden stort.

Vervolgens zetten we onze tocht verder richting “Sunrise”. We namen een paar happen van onze “sandwich” en startten onder begeleiding van Lucas een wandeling van 4,5 km. De wandeling ging in het begin vrij vlot, maar naar het einde toe was het toch best wel een stevige klim. Maar de finishzone maakte het meer dan de moeite waard en we werden beloond met een fantastisch uitzicht op de vulkaan.

Na 2 uur en 15 minuten kwamen we terug aan bij het busje en was het tijd om het park te verlaten. Rond 19.30 uur kwamen we aan bij het pick-up-point in Seattle. We hadden gedurende de dag trouwens aangename gesprekken met de andere reizigers op de bus. Uiteraard allemaal Amerikanen. Zo leerden we Tammy kennen uit Minnesota, Jane en haar man uit Boston en Ryan uit LA. Ik heb zo het gevoel dat wij de enige Belgen (of zelfs buitenlandse toeristen) in Seattle zijn…

Na een vermoeiende dag besloten we om te ontspannen met een warme douche en een koffietje en het uitzich op een (hopelijk) goede nachtrust zonder al te veel politie-sirenes. 

Groetjes!

Daffie

Plaats een reactie