Sweat baby, sweat!

Vandaag konden we nog eens een keertje wat langer slapen. Tegen 09.00 uur gingen we ontbijten in de buurt van Pike Place bij een restaurantje met de naam “Bacco Café”. We zaten goed veilig binnen, want twee stoere politieagenten van de “SPD” oftewel de “Seattle Police Department” hadden zich ook aan een tafeltje gezet voor hun ontbijt. Na het ontbijt gingen we nog even markten bij de “Public Market”. Zoals altijd op die markt ging het er druk aan toe. Bij de viskramen werden zalmen van de éne kant naar de andere kant gesmeten en tijgergarnalen zochten naarstig hun weg naar een nieuwe eigenaar. Ondertussen ging ik op zoek naar een T-shirt met een krab. Je zou denken dat ze dat hier moeten hebben, want Seattle staat bekend om zijn oesters, zalm en krabben, maar op geen enkele T-shirt valt dat te bespeuren. Wat je wel kan kopen zijn T-shirts met “Bigfoot”… Blijkbaar verkoopt een mythe dus beter dan “the real thing”.

Na de middag gingen we weer op excursie. Deze keer was het Rachel die ons kwam oppikken. En wonder boven wonder: er waren ook niet-Amerikanen present. Twee mannen uit de UK en een jongeman uit Australië. We zijn dus toch niet de enige buitenlandse toeristen in de stad. Er was zelfs een Amerikaanse man bij van wie zijn zus in Antwerpen woont. Na een rit van 40 minuten kwamen we aan bij het “Olallie State Park” en wandelden we met de hele groep de “Twin Falls Trail”. Deze hike was in totaal 4 km lang en bracht ons op een hoogte van 305 meter. Het hoogteverschil dat wij aflegden was 150 meter. Het was echter een heel warme dag vandaag (rond de 27°C) en hierdoor werden de zweetklieren dus danig op de proef gesteld. Na 2 km kwamen we toe aan een brug vlakbij de watervallen. Hier kregen we een mandarijntje als beloning voor de inspanning (buiten het zicht op de waterval natuurlijk). En dan moesten we die 2 km natuurlijk ook nog eens terug wandelen…

Busje in een verder naar de volgende stop: “Snoqualmie falls”. De waterval is 82 meter hoog en is vooral bekend van de TV-serie “Twin Peaks”. De regio wordt al sinds mensenheugenis bewoond door de “Snoqualmie-indianen”. De waterval heeft voor hen een enorme spirituele betekenis. Op die plek is er ook een heilige begraafplaats. Er waren echter plannen om op deze plek een resort te bouwen         met hotel en casino. De indianen kwamen in opstand en kochten het land in 2017 over voor 125 miljoen dollar. De aankoop was voor hen een grote stap om “het traditionele land terug te winnen en onverantwoordelijke ontwikkeling te stoppen”. Het deed met een beetje denken aan de TV-serie “Yellowstone” met Kevin Costner. Al zal er hier in werkelijkheid (hopelijk) minder bloed aan te pas zijn gekomen…

Onze laatste stop was aan het reflecterende meer “Borst Lake”. Nee, geen weerspiegelende borsten hier te zien in het meer, maar wel “Mount Si”. De berg is 1 270 meter hoog en ook deze berg maakte deel uit van het decor van “Twin Peaks”. De berg reflecteerde inderdaad zeer mooi in het meer, waar ook een eenzame visser aan het ronddobberen was.

Tegen 18.30 uur waren we terug in het hotel en genoten we van een welverdiende douche. We gingen vlakbij eten in “Terra Plata”, een lokale eettent waar ze tapas-achtige gerechtjes op de kaart hebben staan. We kozen voor enkele starters om nadien over te schakelen naar paella. Afsluiten deden we nog met een biertje in de bar aan de overkant.

Groetjes!

Daffie

Eén reactie

Geef een reactie op Anne Van beneden Reactie annuleren